Ouderdom E.Coli

 

Effecten van begrazing in duinen beter in beeld dankzij onderzoek

De Nederlandse duinen zijn een uniek gebied waar plek is voor natuur, recreatie en drinkwaterbereiding. Voor dat laatste wordt duinfiltratie gebruikt als een zeer effectief en robuust natuurlijk proces voor de productie van microbiologisch veilig drinkwater. Toch worden incidenteel in het water na duinfiltratie indicatoren van fecale besmetting aangetroffen.

De hypothese is dat vooral het fecaal materiaal van dieren in de duinen de fecale besmetting in het onttrokken water veroorzaakt. Fecale indicatoren zijn over het algemeen niet ziekteverwekkend, maar in fecaal materiaal kunnen andere ziekteverwekkers aanwezig zijn die de microbiologische veiligheid van drinkwater bedreigen.

Fecale indicatoren kunnen enige tijd in het zand of water overleven. Wat tegelijkertijd met de ziekteverwekkers gebeurt op moment dat ze vanuit feces in duinzand terechtkomen, is niet bekend. Het antwoord op deze vraag is van belang voor beoordeling van het infectierisico door dieren in wingebieden en heeft implicaties op de veelzijdige functie van de duinen. 

In dit onderzoek is in batch-experimenten gekeken naar de overleving van een aantal fecale micro-organismen in duinzand en onttrokken water gedurende 150 dagen. Specifiek waren dit… bij 13 C: Campylobacter larii (index-pathogeen voor bacteriën), MS2 bacterofagen (surrogaat voor virussen), en Clostridium perfringens (surrogaat voor protozoa). Ook is gekeken naar E.coli en Enterococus moraviensis-stammen die eerder zijn geïsoleerd uit onttrokken water en fecale indicatoren uit mengsel van vers feces van vijf diersoorten. 

Hieruit blijkt dat deze micro-organismen zich in zand en in water kunnen handhaven voor een periode van minimaal 14 tot meer dan 160 dagen. Campylobacter verdwijnt het snelst, terwijl C.perfringens het meest persistent is. Alle onderzochte micro-organismen, behalve bacteriofagen, worden sneller geïnactiveerd in zand dan in water. Fecale indicatoren zijn persistenter dan Campylobacter en virussen.

 
 

De lange overlevenstijd van de micro-organismen betekent dat de onverzadigde zone een reservoir is voor fecale indicatoren en ziekteverwekkers. In deze zone tussen het maaiveld en het zogenaamd watervoerend pakket is het zand niet verzadigd met freatisch grondwater. Bij een te hoge aanvoer van fecaal materiaal vanaf het maaiveld zal de natuurlijke inactivatie niet voldoen en komt het tot een accumulatie van micro-organismen in de onverzadigde zone. Bereiken deze micro-organismen het watervoerend pakket via kortsluitstromen of door variatie in grondwaterniveau dan vertraagt dit deze afname nog meer. Hiermee groeit de kans dat de ziekteverwekkers het watervoerend pakket en uiteindelijk ook het onttrokken water kunnen bereiken.

Als fecale indicatoren in onttrokken water zitten, bestaat er ook een reële kans op de aanwezigheid van ziekteverwekkers. Deze kans is het grootst voor Cryptosporidium en Giardia, kleiner voor enterovirussen en het kleinst voor Campylobacter.

Met dit onderzoek kunnen de effecten van begrazing en fecale belasting op het maaiveld in relatie tot microbiologische infectierisico’s en de veiligheid van drinkwater beter beoordeeld en bestuurd worden. Dunea, PWN, Waternet en Evides (DPWE) hebben een gezamenlijk onderzoeksprogramma over dit onderwerp. In 2020 is een DPWE-workshop gehouden over de resultaten van verschillende onderzoeken naar herbesmetting van onttrokken water met als doel een strategische onderbouwing te formuleren voor duinbeheer in relatie tot drinkwaterproductie. De onderzoeksresultaten zijn van groot belang voor het doorgronden van processen in duingebieden en de beeldvorming over optimaal duinbeheer. 

Bekijk ons volgende project

 

Microplastics